Muziektheorie

Techniek is een middel, geen doel.
Muziektheorie is een hulpmiddel om muzikanten te ondersteunen.

Ik herinner mij dat ik als kind, voor het eerst enkele psalmen en gezangenbundel met notenschrift opensloeg.
De noten waren heel klein in notenbalken geschreven en ik kon nog geen noten lezen.
Ik keek ernaar en zag het notenschrift als een soort mooie tekeningen, met stukjes van woorden –lettergrepen- in heel kleine letters.
Toen ik negen jaar oud was, leerde ik muziek lezen en waren de noten en de notenbalken veel groter dan in dat Liedboek. Ik weet nog dat ik de noten één voor één bekeek. Ik leerde een noot en een andere noot en nog één lezen, schrijven en op de blokfluit spelen, tot ik alle acht noten van de toonladder kende, plus de fis!
Omdat ik nooit vergeten ben hoe fantastisch dat was, geef ik nu muziektheorie in kleine simpele stappen die iedereen aankan! Als kind heb je immers ook alle zesentwintig letters van het alfabet en de cijfers leren lezen en schrijven? En elk kind kan immers een tekening maken?

‘Ieder heeft een eigen toon en daar gaan wij naar op zoek door te luisteren naar elkaar…’
Dit is een uitspraak van de dirigent uit de film ‘As it is in heaven’.
Ik heb er zelf aan toegevoegd: ‘… en te kijken in een boek.’
Muziek is zo ingewikkeld of eenvoudig als je het zelf maakt.
Maak het je toch gemakkelijk en geniet!
Alleen spelen is fijn, maar met anderen samen spelen geeft nog meer voldoening.
Al moet je soms wachten tot een bepaalde toon heeft door iedereen van de combo begrepen is. Je ziet het, ik kan differentiëren. Dit bnetekent differentiatie voor de leerling: ik bied als docent een stuk muziek aan op vier niveaus: met twee noten, hetzelfde stuk met iets meer noten, met veel noten en met alle noten. Kijk maar naar het voorbeeld. Ik noemde het ‘Spring fever rock’. Het motiefje heb ik gebruikt van ‘I feel the earth move’ van Carole King.

Bewegen terwijl je speelt of zingt is een deel van de techniek in muziek. In de les leer ik je iets over isolatie en coördinatie, die zorgen voor concentratie en perfectie.
Ik hoor je zeggen; ‘Het is nooit perfect.’
Dat klopt, maar dat hoeft ook niet. Het doel van de les is het doen.

Muziektheorie van de zangles:
Je warmt je stem op met solfège oefeningen. Solfège is trainen van het gehoor door het zingen van ademoefeningen op toonladders.
Deze toonladders staan geschreven in een notenbalk. Je leest en zingt de tekst die onder de noten staan.
Na de oefeningen werken we aan je repertoire.
Hoe je dat aangeboden krijgt, is afhankelijk van jouw muzikale voorkeur leerstijl.
Je mag altijd zelf kiezen wat je graag wilt zingen. Maar op welke toon moet je met zingen beginnen? Dat doe je door de begintoon op te zoeken op een piano, gitaar of elk ander instrument dat je bij je hebt.
Je leest een songtekst van papier of computerscherm of van een partituur of sheet music.
Dit zal ik nu uitleggen.
In een partituur van zang en piano bestaat een regel uit drie notenbalken. De bovenste is voor de zang en de twee onderste voor de piano.
De partituur lees je niet van de eerste regel naar de tweede, zoals in tekst. Anders gezegd, je leest niet van de eerste notenbalk naar de tweede notenbalk.
Maar je leert om na de eerste notenbalk van de zang de twee notenbalken van de piano over te slaan en de volgende notenbalk van de zang te vinden.
Dan volg je de tekst die onder de noten in de balk van deze zangpartij staat.
Je leer de tekst en de melodie uit het hoofd.
Je hoeft geen noten te kunnen lezen. Het enige wat je wel moet onthouden is hoe de noot heet waarmee je begint.
De begeleider slaat deze toon aan en dan kun jij gaan zingen.
‘The Rose’ begint bijvoorbeeld op c’ (c ééngestreept).
Dat is het enige wat je moet onthouden als je “The Rose’wilt zingen.
Je ziet het, er is niets moeilijks aan!

Neem een telefoon of andere geluidsdrager mee om de oefeningen op te nemen.
Zo heb je een opname van drie minuten die je na de les thuis kunt beluisteren.
Als je daarmee gaat oefenen leer je onthouden wat we in de les hebben gedaan en met elke dag vijftien minuten oefenen zul je horen dat je vooruitgang boekt.

Aan gitaristen leg ik de tablatuur en het notenschrift uit.
In onderstaande tablatuur staat een nul bij de lage e-snaar.
Je begint met het aantokkelen van één toon op een losse snaar.

e’’—————————————————————
b’—————————————————————-
g’—————————————————————-
d’—————————————————————-
a—————————————————————-
e–0————————————————————

In de notenbalk staat deze e aan het begin van de balk in de viool of g-sleutel.

notenschrift-gitaar

In twee notenbalken kun je makkelijker muziek lezen dan in één notenbalk, omdat daar veel hulplijnen staan.
Voor de leesbaarheid staat dezelfde e als boven hier onder aan het begin van de balk in de bas of f-sleutel.

notenschrift-gitaar-2

Dan leer je ‘een toon te grijpen’. Je leert toongrepen en accoorden.

Aan pianisten leg ik het notenschrift uit.
Een stem heeft een toon. In de pianotest laat ik je een hoge en een lage toon zingen.
Kun je niet zingen? Kijk dan naar de tekening van het klavier en lees de namen van de noten die een toets en een toon hebben.

notenschrift-pianisten

Je begint met het spelen van één noot en leert je een toonladder te lezen.
Met die vaardigheid kun je al een melodie instrument of zanger begeleiden met een melodielijn of een baslijn.

TIP: Maak in de les een korte filmopname van de toongrepen met jouw telefoon.

>